John Beckers

Doen wat er toe doet, meten wat er toe doet

Werken aan waarde? Weet wat je wilt en waar je bent

Jaren geleden, in 2001, vroeg ik een paar collega's of het onze ambitie was om steeds beter te worden. In ons vak en in het waar maken van onze idealen. Dat was zo, vonden we samen. Maar als je beter wilt worden, was de volgende vraag, moet je wel weten hoe goed je nu bent. Hoe bepaal je dat in de nonprofit sector? Waar het bijna altijd om dromen, grote idealen en waarde gaat, vaak in algemene en vage bewoordingen. En dus niemand daar op stuurt. Geteld en gemeten wordt er van alles maar niemand die zich afvraagt of die cijfers laten zien hoe ver je bent met wat je wilde bereiken.

Die overwegingen waren het begin van een action learning project Meten wat er toe doet in nonprofit. Het was de eerste stap op weg naar een eenvoudig toetsingskader dat wel precies meet wat we wilden meten: waarde en hoe ver we daarmee zijn. In 2007 was het er. Tegenwoordig staat het te boek als het Bredaas Toetsingskader. 

Het begon met een bereiksmeting die nu de meting Kwetsbare Bredanaars heet. Die laat per wijk of stadsdeel zien hoeveel mensen in Breda kwetsbaar zijn, en in welke mate. Een organisatie die meedoet ziet ook hoeveel van deze mensen zij bereikt. En hoeveel kwetsbare mensen verschillende samenwerkende organisaties.

Daarna volgde de kostprijs. Deel het bereik op de totale kosten en je hebt de kostprijs per bereikte persoon. Tevredenheid in de vorm van een rapportcijfer werd de derde indicator.

Meten
                                    wat er toe doetDeze drie - bereik, kosten en tevredenheid - werden de harde indicatoren van meten wat er toe doet. De meting ging toen niet meer over sociaal werk maar over waarde. En wat een activiteit, om het even welke en van wie, daaraan bijdraagt. Integraal. Een direct causaal verband tussen een interventie en een baat of effect is er immers nooit. Er zijn altijd veel factoren die tegelijkertijd spelen.

Het model is de second best oplossing. Wat heb je in elk geval nodig, was de vraag, om de waarde die je beoogt - minder schooluitval, mensen die gezond eten, noem maar op - daadwerkelijk te realiseren en te meten? 

In de loop der jaren zijn veel indicatoren bedacht, getest  en van de hand gewezen. Tot er uiteindelijk, in 2007, zes overbleven. Naast de drie harde indicatoren zijn dat drie zachte: eigenaarschap, vakmanschap en synergie.

Eigenaarschap: hoe meer de mensen  er zelf aan doen, hoe groter de kans dat ze inderdaad bereiken wat ze willen bereiken.

Dit is niet alleen een kwestie van willen maar ook van kunnen. De indicator vakmanschap gaat over dit willen en kunnen: lukt het onze professionals,  agogen van huis uit, om de mensen die dit niet willen of kunnen zo te ondersteunen dat ze dit wel gaan willen, kunnen en doen?

Synergie? Als je weet wat je wilt bereiken weet je ook wie daaraan een bijdrage kan leveren. Sowieso zijn dat de mensen om wie het gaat. Maar ook collega's, professionals, vrijwilligers, mensen met andere disciplines, mensen uit andere organisaties, noem maar op. Hoe meer ze verbonden zijn en samen optrekken richting die ene waarde, hoe meer mogelijkheden en oplossingen ze samen op het spoor komen. Eb hoe dichterbij dat ideaal komt.

Een prima indicator voor synergie is hoe vaak een collega, in- of extern, een beroep op jou doet. Hoe vindbaar en toegankelijk ben je zelf en hoe relevant voor anderen is dat wat jij bijdraagt?
 

De punt

Aanvankelijk kende het toetsingskader alleen het grondvlak, zonder de punt met de beoogde waarde. Die was immers niet nodig omdat de missie van WIJ, herstel en behoud van zelfredzaamheid, gegeven was. Toen in 2011 de kiem werd gelegd voor samenwerking in waardenetwerken kwam daar verandering in omdat andere organisaties hun eigen missies hadden. Dus kon die missie, droom of waarde per netwerk verschillen. In 2011 werd dit verwerkt in de piramide-vorm met in de top de beoogde waarde.

Voorspellende waarde

Goed presteren op de drie zachte factoren, hadden we toen al geleerd, resulteert zo goed als zeker in betere prestaties op de drie harde indicatoren en dus meer realisatie van de beoogde waarde in de top, welke waarde daar ook staat.

Sterker, de best voorspellende indicator lijkt vakmanschap te zijn. Kort door de bocht, een goede vakman of vakvrouw (vakmanschap) is op en top vindbaar en relevant (synergie) en helpt iedereen die bijdraagt het beste uit zichzelf en hun omgeving te halen (eigenaarschap). En haalt met deze goede prestatie op de drie zachte weer de goede prestatie op de drie harde indicatoren.

1 Indicator

Je zou denken dat je vakmanschap niet kunt meten. Ik durf de stelling aan dat de indicator kosten per bereikte persoon uit de doelgroep een prima indicator is voor vakmanschap. Hoe beter een professional de mensen helpt het beste uit zichzelf en hun omgeving te halen (eigenaarschap) en waar dat beter is een beroep te doen op anderen (synergie), hoe groter het aantal mensen dat een professional ondersteunt, hoe lager de kosten per bereikte persoon.

Ergo, met 1 indicator is in de sociale sector prima de bijdrage van een professional, team, organisatie, netwerk aan een maatschappelijke waarde in beeld te brengen.

Resteert nog één vraag, of je die waarde persoonlijk kunt maken. Dat het een oplossing wordt waar iemand plezier, lol, zin aan beleeft. Naar gaat verlangen. En dus geld voor over heeft. Dat wordt de volgende stap.


John Beckers, 24 mei 2011

 

PS Vakmanschap in deze tekst slaat op het vakmanschap van sociaal werkers maar misschien nog belangrijker is het vakmanschap van managers en bestuurders. Professionals ontwikkelen zich vanzelf als je ze vertrouwen geeft en ze vraagt elkaar in vertrouwen te nemen, vooral als ze ergens niet uit komen, en elkaar te helpen.

De ene indicator laat vooral zien wat de kwaliteit van de managers en bestuurders is. Hoe goed zij erin slagen om samen met de professionals een veilige werkomgeving te creëren waarin mensen vrijelijk informatie delen en samen beter worden in waar ze van zijn.

Daarmee is ook gezegd dat het weinig zin heeft - ook al is dat nog zo gangbaar - om te sturen op de drie harde indicatoren. Van duwen en trekken aan de wijzers op het dashboard gaat geen motor harder lopen. De kracht van de motor wordt zichtbaar in de zachte indicatoren en wat daarvoor nodig is: passie, vakmanschap, contact. Als dat er is gaan de wijzers op het dashboard vanzelf omhoog.


Inloggen of Registreren